1. Lokale heffingen

Algemeen

Terug naar navigatie - Algemeen

In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is in artikel 10 een aantal eisen opgenomen waaraan deze paragraaf moet voldoen. Die eisen hebben tot doel meer transparantie in het besluitvormingsproces te bieden en daarmee een grotere betrokkenheid van alle belanghebbenden. Een ander doel is een betere vergelijkbaarheid van kosten en beleidsresultaten met andere gemeenten. Verder kan hiermee een versterkt inzicht in de financiële positie van de gemeenten worden bereikt. 

Geraamde opbrengsten

Terug naar navigatie - Geraamde opbrengsten

In onderstaand overzicht zijn de geraamde opbrengsten 2025 van alle lokale heffingen weergegeven.

Bedragen x €1.000
Exploitatie Realisatie 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029
Lasten
9. ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN
9.2 LOKALE HEFFINGEN 0 0 -3 -3 -3 -3 -3
Baten
9. ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN
9.2 LOKALE HEFFINGEN 24.853 26.742 28.667 27.939 27.939 27.939 27.939

Beleid ten aanzien van de lokale heffingen

Terug naar navigatie - Beleid ten aanzien van de lokale heffingen

De beleidskaders, dus ook die op het terrein van de lokale heffingen, zijn opgenomen in de programma's. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. De beleidsuitgangspunten met betrekking tot de kostendekking en de daaraan gekoppelde tariefstelling moeten op grond van de BBV in deze paragraaf zelf worden opgenomen. 

Overzicht op hoofdlijnen diverse heffingen

Terug naar navigatie - Overzicht op hoofdlijnen diverse heffingen

In dit overzicht is geprobeerd inzichtelijk te maken hoe bij de berekening van tarieven van deze heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt geborgd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden. Voorts wordt vermeld wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling zijn en worden gehanteerd. 
Hiervoor staan de heffingen die in onze gemeenten worden geheven. Deze zijn gebaseerd op de Gemeentewet en de Wet milieubeheer en verder uitgewerkt in de belastingverordeningen. In dit onderdeel gaan wij met name in op de rioolheffingen, de reinigingsheffingen, de graf- en begrafenisrechten/lijkbezorgingsrechten en de leges. Volgens de toelichting op de BBV moet voor deze heffingen de kostendekking inzichtelijk  worden gemaakt. De geraamde baten van deze heffingen mogen de ter zake geraamde lasten niet overschrijden. Anders gezegd: er mag geen “winst” worden gemaakt. Dat gebeurt ook niet. 

Bij het opstellen van de tarieven en de leges wordt gebruikt gemaakt van de handreikingen Kostenonderbouwing uitgebracht door de VNG en de BBV-notitie Overhead. Bij het inzichtelijk maken van de kostendekkendheid van riolering, afval en begraven dient een berekening te worden gemaakt op basis van de volgens BBV toe te rekenen overhead. 

Onroerende-zaakbelastingen

Onroerende-zaakbelastingen worden geheven van eigenaren van woningen en niet-woningen en van gebruikers van niet-woningen. De eigenaar/gebruiker op 1 januari van enig jaar is belastingplichtig voor het gehele jaar. Grondslag is de waarde van de onroerende zaak die is vastgesteld met een WOZ-beschikking. Voor het belastingjaar 2025 geldt de waarde van de onroerende zaak per 1 januari 2024. Zoals in de uitgangspunten van deze begroting geformuleerd is een OZB opbrengststijging opgenomen van 4%. De regel hierbij is: stijgt de waarde, dan daalt het tarief, waarna de geraamde opbrengst gelijk blijft.

Rioolheffing

Als uitgangspunt in de kadernota 2025 is het volgende opgenomen: De lopende gemeentelijke rioleringsplannen worden geactualiseerd en vervangen door een Water en rioleringsprogramma. Dit vormt de basis voor het tarief die we opnemen in de programmabegroting 2025-2028. Bij de bepaling van de tarieven is 100% kostendekkendheid het uitgangspunt.

De beleidsuitgangspunten (artikel 10, onderdeel c  van het BBV):

  • Rioolheffing is een bestemmingsheffing.
  • Met de rioolheffing kan de gemeente naast de zorg voor het riool tevens voorzieningen bekostigen op de zorg voor het hemelwater en grondwater.
  • Deze zorgtaken zijn destijds opgenomen in de door de  vijf gemeenteraden vastgestelde verbrede gemeentelijke rioleringsplannen (VGRP's 2019-2023). 
  • Via storting en aanwending van de gevormde voorziening kunnen de tarieven gelijkmatig worden ingezet.
  • Beoordeeld is welke kosten van activiteiten toerekenbaar zijn en daarmee kunnen worden verhaald via de rioolheffing.
  • In verband met het ontbreken van de CAO 2025 is er een indexering op de lonen toegepast van 4,4% t.o.v. 2024.
  • De overhead is extra comptabel toegerekend.
  • De BTW is extra comptabel toegerekend.
  • De raming van de baten is tot stand gekomen op basis van historische opbrengsten, de ontwikkeling van het aantal belastingplichtigen en de tarieven 2025.
  • In 2025 bedraagt de kostendekkendheid, op basis van de huidige tarieven 100%. 

Hieronder volgt nog een overzicht ten aanzien van de berekening van de kostendekkendheid  rioolheffing 2025 

Overzicht in de begroting      
Kosten taakveld (directe kosten + toerekenbare indirecte kosten -/- overhead -/- BTW) € 9.608.696  
Inkomsten taakveld excl. heffingen (baatbelasting + huurinkomsten) € 21.154  
Netto kosten taakveld     € 9.587.542
Toe te rekenen kosten:      
Overhead (conform financiële verordening LvC 2023  Art. 17 lid 3) € 1.410.195  
BTW     € 842.063  
        € 2.252.258
Totale kosten       € 11.839.800
Opbrengst heffingen + aanwending voorziening   € 11.839.800
Dekking       100%

Reinigingsheffingen

Als uitgangspunt is in de kadernota 2025 het volgende opgenomen: De vaste tarieven reinigingsheffingen (afvalstoffenheffing en reinigingsrecht) worden in 2025 vooralsnog verhoogd met de inflatie. Diverse kostenontwikkelingen, lopende aanbestedingen kunnen leiden tot aanvullende tariefmaatregelen. Afhankelijk van de kostendekkendheid wordt het tarief aangepast. 

De beleidsuitgangspunten (artikel 10, onderdeel c  van het BBV):

  • Reinigingsheffingen omvatten de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten.
  • De afvalstoffenheffing wordt geheven voor het inzamelen  en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen.
  • Reinigingsrechten worden in rekening gebracht voor het op verzoek van  belanghebbende ophalen van bedrijfsafval  wat naar aard en omvang gelijkwaardig is  aan huishoudelijke afvalstoffen.
  • Beoordeeld is welke kosten van activiteiten toerekenbaar zijn en daarmee kunnen worden verhaald via de afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht.
  • In verband met het ontbreken van de CAO 2025 is er een indexering op de lonen toegepast van 4,4% t.o.v. 2024.
  • De overhead is extra comptabel toegerekend.
  • De BTW is extra comptabel toegerekend.
  • De raming van de baten is tot stand gekomen op basis van historische opbrengsten, de ontwikkeling van het aantal belastingplichtigen en de tarieven 2025.
  • In 2025 bedraagt de kostendekkendheid, op basis van de huidige tarieven 100%. 
  • In 2024 zijn de kosten dermate gestegen dat aanwending van de voorziening nodig was, hierdoor kan om kostendekkendheid te bereiken in 2025 geen beroep worden gedaan op de voorziening en wordt het tekort om kostendekkendheid te bereiken direct doorberekend in de tarieven.  

Hieronder volgt nog een overzicht ten aanzien van de berekening van de kostendekkendheid reinigingsheffingen 2025 

Overzicht in de begroting      
Kosten taakveld (directe kosten + toerekenbare indirecte kosten -/- overhead -/- BTW) € 10.686.825  
Inkomsten taakveld excl. heffingen (Opbrengsten afvalfonds) € 2.506.555  
Netto kosten taakveld     € 8.180.270
Toe te rekenen kosten:      
Overhead (conform financiële verordening LvC 2023  Art. 17 lid 3) € 527.930  
BTW     € 2.200.502  
        € 2.728.432
Totale kosten       € 10.908.702
Opbrengst heffingen     € 10.908.702
Dekking       100%

Graf- en begrafenisrechten / lijkbezorgingsrechten

De beleidsuitgangspunten (artikel 10, onderdeel c  van het BBV):

  • De rechten worden geheven voor diensten die verband houden met het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen.
  • Bij het streven naar een verbetering van de kostendekking wordt permanent beoordeeld of de tarieven in de pas blijven lopen met de regionale tarieven.
  • Het aantal begravingen neemt af ten opzichte van het aantal crematies.
  • Verhoging van de tarieven kan leiden tot nog minder begravingen.
  • Beoordeeld is welke kosten van activiteiten toerekenbaar zijn en daarmee kunnen worden verhaald via de graf- en begrafenisrechten.
  • In verband met het ontbreken van de CAO 2025 is er een indexering op de lonen toegepast van 4,4% t.o.v. 2024.
  • De overhead is extra comptabel toegerekend.
  • De raming van de baten is tot stand gekomen door historische opbrengsten, de ontwikkeling van de aantallen en de tarieven.

Hieronder volgt nog een overzicht ten aanzien van de berekening van de kostendekkendheid graf- en begrafenisrechten 2025. 

Overzicht in de begroting      
Kosten taakveld (directe kosten + toerekenbare indirecte kosten -/- overhead) € 710.830  
Netto kosten taakveld     € 710.830
         
Toe te rekenen kosten:      
Overhead (conform financiële verordening LvC 2023 Art. 13 lid 3)   € 220.736
         
Totale kosten       € 931.566
Opbrengst grafrechten     € 314.919
Dekking       34%

Leges

De beleidsuitgangspunten (artikel 10, onderdeel c van het BBV):

  • De tarieven zijn vooral gebaseerd op historische ervaringscijfers waarbij de gemiddelde tijdsbesteding, indien meetbaar, de basis vormt.
  • Voor de berekening van de directe en indirecte kosten (overhead) zijn dezelfde uitgangspunten gehanteerd zoals die bij de rioolheffing, reinigingsheffingen en de graf- en begrafenisrechten.
  • Als het om heel geringe aantallen gaat is aansluiting gezocht bij landelijk gangbare tarieven.
  • Gelet op het maatschappelijk belang en/of de aard van de instelling of vereniging heeft de raad besloten voor een aantal diensten vrijstelling te verlenen.
  • Door de Rijksoverheid zijn wettelijke legestarieven voorgeschreven die daarmee qua tariefstelling niet beïnvloedbaar zijn door gemeentelijke kostenberekeningen.
  • De Rijksoverheid hanteert voor rijbewijzen en reisdocumenten wettelijke maxima.
  • De raming van de baten is een resultaat van de historische opbrengsten, de ontwikkeling van de aantallen en de tarieven.
  • Voor de legesbaten omgevingsvergunningen is de raming gecompliceerder. Bij incidentele grote bouwprojecten kan toerekening van de bate aan het incidentele jaar tot schommelingen leiden. Mocht blijken dat er structureel (3 jaar) meer leges worden ontvangen dan geraamd dan zal dat – in relatie tot de kosten van het in behandeling nemen – eventueel moeten worden vertaald in lagere tarieven.

In deze paragraaf moet op grond van het BBV een overzicht van baten en lasten (2025) worden opgenomen per hoofdstuk van de tarieventabel. Ook dient voor zover mogelijk de kostendekking per hoofdstuk worden gepresenteerd. Zoals bekend beoordeelt de belastingrechter uitsluitend de kostendekking op het niveau van de totale legesopbrengsten (toets artikel 229b Gemeentewet).

Lokale lastendruk

Terug naar navigatie - Lokale lastendruk

Hieronder volgt een overzicht  van de gemiddelde lokale lastendruk voor iedere eigenaar / bewoner  en huurder  van een gemiddelde woning in de gemeente Land van Cuijk onderscheiden naar een meerpersoons- of eenpersoonshuishouden.. Deze lasten bestaan uit de onroerendezaakbelastingen, de rioolheffingen en de afvalstoffenheffing.  De eerder genoemde fiscale maatregelen ten aanzien van deze heffingen zijn hierin verwerkt. Omdat de nieuwe WOZ-waarden naar waardepeildatum 1 januari 2024 nog niet bekend zijn is bij de berekening van de OZB rekening gehouden met de huidige gemiddelde WOZ-waarde van een woning, deze bedraagt € 368.000.  De bedragen zijn naar beneden afgerond op hele euro's. 

Berekening belastingdruk per huishouden in euro's (afhankelijk van  definitieve besluitvorming)

2024 2025 Verschil 2024 met 2025
Eigenaar/bewoner (gemiddeld) Meerpersoonshuishouden
Onroerende-zaakbelasting (OZB) 392 407 15
Afvalstoffenheffing 223 261 38
Rioolheffing eigenaar 124 126 2
Rioolheffing gebruiker 132 135 3
Totaal 871 929 58
Ontwikkeling  gemiddelde woonlasten t.o.v. 2025     6,6  %
       
Eigenaar/bewoner (gemiddeld) Eenpersoonshuishouden
Onroerende-zaakbelasting (OZB) 392 407 15
Afvalstoffenheffing 223 261 38
Rioolheffing eigenaar 124 126 2
Rioolheffing gebruiker 69 70 1
Totaal 808 864 56
Ontwikkeling gemiddelde woonlasten t.o.v. 2025     6,9 %
       
Huurder (gemiddeld) Meerpersoonshuishouden
Afvalstoffenheffing 223 261 38
Rioolheffing gebruiker 132 135 3
Totaal 355 396 41
Ontwikkeling gemiddelde woonlasten     11,5 %
       
Huurder (gemiddeld) Eenpersoonshuishouden
Afvalstoffenheffing 223 261 38
Rioolheffing gebruiker 69 70 1
Totaal 292 331 39
Ontwikkeling gemiddelde woonlasten     13,3  %
       

De gemeente Land van Cuijk staat momenteel (2024) op de ranglijst van de gemiddelde woonlasten op de  137e plaats van de 342 gemeenten waarbij nummer 1 de goedkoopste is.

Kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - Kwijtscheldingsbeleid

Als een belastingplichtige over te weinig financiële middelen beschikt, kan kwijtschelding worden verleend. De kwijtscheldingsnormen in Land van Cuijk zijn zo ruim als wettelijk is toegestaan. Vermogensbestanddelen en onverantwoord bestedingsgedrag kunnen kwijtschelding in de weg staan. Het aanvragen van kwijtschelding is in veel gevallen eenvoudig. Dat kan desgewenst zelfs digitaal via DigiD. Men hoeft dan geen uitgebreid inlichtingenformulier in te vullen en verplichte bijlagen mee te sturen. 

De gemeente laat het Inlichtingenbureau een uitgebreide toets doen. Dit is een overheidsinstantie die daar helemaal voor is uitgerust. Het Inlichtingenbureau toetst of de aanvrager in aanmerking komt voor automatische kwijtschelding. Is dat niet het geval, dan ontvangt de gemeente zoveel mogelijk detailinformatie terug. Op die manier is de controle op rechtmatige verstrekking van kwijtschelding beter gewaarborgd. Voor de burger betekent dit dat zij veel minder gegevens hoeven te verstrekken. Als er een belemmering is om automatisch kwijtschelding te verlenen (bijvoorbeeld door vermogen of de kostendelersnorm), dan zal de aanvrager nadere informatie worden gevraagd.

Actuele ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Actuele ontwikkelingen

Gevolgen hoofdlijnenakkoord voor gemeentelijke Belastingen

OZB-tarieven gemaximeerd

Het staat de gemeenten op dit moment vrij om de OZB jaarlijks te verhogen. Hier gaat volgens het hoofdlijnenakkoord verandering in komen. Hoe ze dit willen gaan doen? Door afspraken te maken met gemeenten. Wat deze afspraken zijn en wat de maximering precies inhoud blijft vooralsnog onduidelijk. Een gemaximeerd tarief is niet een nieuwe uitvinding van dit kabinet. In 2006 en 2007 golden er ook al maximumtarieven voor de OZB. Dit werd in 2008 weer afgeschaft. Het argument was dat gemeenten moeten kunnen terugvallen op voldoende eigen belastinginkomsten en financiële ruimte zodat gemeenten maatwerk kunnen bieden voor de lokale vraagstukken.

Aanmanings- en incassokosten

Een ander punt dat in het hoofdlijnenakkoord staat is dat de aanmanings- en incassokosten van de overheid fors omlaaggaan. Een nadere uitwerking of budgettaire gevolgen worden verder niet gespecificeerd waardoor het onduidelijk is of dit ook voor de invorderingskosten van belastingen gaat gelden. Maar als dit ook voor Kostenwet invordering rijksbelastingen gaat gelden heeft dit ook gevolgen voor gemeenten. De invorderingskosten zijn een inkomstenbron waarmee de invorderings- en andere belastingwerkzaamheden deels worden bekostigd.

De uitwerking van het maximeren van de OZB en de verlaging van invorderingskosten is nog zeer onduidelijk, maar kan dus grote consequenties hebben voor de autonomie van gemeenten en financiën van gemeenten.

Onderzoek naar mogelijkheden voor invoering van een planbatenheffing en een grondbelasting ter bevordering van de woningbouw

Het ministerie van Financiën is een onderzoek gestart naar de mogelijkheden voor invoering van een planbatenheffing en grondbelasting.  Een belangrijke oorzaak van de achterblijvende woningbouw is de moeilijkheid om woningbouwprojecten financieel rond te krijgen. Ontwikkelaars zien vaak geen mogelijkheid om een redelijke winst te maken, en gemeenten lukt het vaak niet om de door hen te maken kosten voor de openbare ruimte te verhalen. De vaak hoge grondprijs is hiervan een van de oorzaken. Wanneer de gemeente besluit dat grond mag worden bebouwd, of zelfs wanneer dat besluit alleen nog maar wordt verwacht, stijgt meteen de waarde ervan. Veel geld lekt zo weg naar de eigenaren van de grond, die niet bijdragen aan de ontwikkeling ervan.

Beoogde ontwikkelingen in de WOZ

Verbeteringen en meer transparantie

De Waarderingskamer kijkt vooruit naar verdere verbeteringen in het WOZ-proces. Er wordt gewerkt aan een uitgebreider en toegankelijker WOZ-taxatieverslag, dat vanaf 2026 voor alle belanghebbenden beschikbaar zal zijn. Daarnaast wordt er meer ingezet op informeel contact met belanghebbenden, wat het vertrouwen in de WOZ-waarde moet vergroten. Het WOZ-waardeloket wordt steeds meer door burgers bevraagd, wat bijdraagt aan de transparantie en het vertrouwen in het systeem.