De Wet Open Overheid (Woo) bestaat uit de passieve aanvraag (het woo-verzoek) en de actieve openbaarmaking van informatiecategorieën. Het passieve gedeelte van de wet open overheid is per 1 mei 2022 in werking getreden. Het actieve gedeelte gaat in per 1 november 2024 en verplicht bestuursorganen om 17 informatiecategorieën openbaar te maken. De verplichting tot het openbaar maken van deze documenten verloopt gefaseerd tot begin 2026.
De eerste vijf categorieën die in november actief openbaar moeten worden gemaakt zijn:
1. Wet- en regelgeving
2. Overige besluiten van algemene strekking
3. Organisatiegegevens
4. Bereikbaarheidsgegevens
5. Vergaderstukken- en verslagen van de staten generaal (geldt niet voor gemeenten).
Categorie 1 t/m 4 worden door gemeente Land van Cuijk al openbaar gemaakt op www.overheid.nl of op de eigen gemeentelijke website. Medio 2025 moet de tweede lichting categorieën openbaar worden gemaakt. Een derde lichting volgt later in 2025 en de laatste categorieën moeten begin 2026 openbaar staan. Voor sommige categorieën maken we nog niets actief openbaar. Hiervoor is een publicatieplatform nodig om de stukken en informatie op te zetten. Voor het ingaan van de tweede lichting moet er een publicatieplatform zijn aangeschaft en geïmplementeerd,. Dit wordt naar verwachting Q4-2024/ Q1-2025 gedaan.
Naast het platform is bewustwording ook een belangrijk aspect. Het publiceren brengt een extra handeling met zich mee. Het projectteam brengt in kaart wat er nog moet gebeuren en helpt de teams bij de verandering die eraan komt. Daarnaast biedt de Woo-coördinator ondersteuning en voorlichting inzake de Woo werkzaamheden.
Het rijk heeft middelen beschikbaar gesteld, zowel incidenteel voor de implementatie van de wet als structureel voor de uitvoering op de lange termijn. Uit de incidentele middelen worden de projectleider, woo-coördinator en de implementatiekosten voor het platform en benodigde koppelingen betaald. Bij de structurele kosten moet vooral gedacht worden aan onderhoudskosten van ICT infrastructuur en personeelskosten voor de uitvoering. Hiervoor zal naar verwachting in 2025 het budget worden aangesproken.