2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

1. Inleiding

Terug naar navigatie - 1. Inleiding

Het weerstandsvermogen van de gemeente geeft een indicatie van de mate waarin de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat de continuïteit in gevaar komt (de financiële weerbaarheid). Het weerstandsvermogen geeft inzicht in de mogelijkheid voor de gemeente om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat het bestaande beleid daarvoor hoeft te worden aangepast. De omvang van het weerstandsvermogen geeft de robuustheid van de financiële positie van de gemeente aan. Het in stand houden van voldoende weerstandsvermogen is van belang om de continuïteit van de organisatie bij de uitvoering van het vastgestelde beleid te waarborgen. Het kan en mag niet zo zijn dat, wanneer er sprake is van tegenvallers, de normale bedrijfsvoering en de uitvoering van het vastgestelde beleid dusdanig onder druk komen te staan, dat van een normale of gewenste uitvoering geen sprake meer kan zijn. Bekend mag zijn dat het ontwikkelen en uitvoeren van beleid niet mogelijk is zonder risico’s aan te gaan. In de dagelijkse bedrijfsvoering liggen per definitie risico’s besloten. Zowel financiële als niet-financiële risico’s. Van belang is een goed systeem van risicomanagement om bewust en gecalculeerd om te gaan met risico’s en planmatig maatregelen te treffen om deze risico’s zoveel mogelijk weg te nemen of te verminderen.
De gemeente Land van Cuijk wil als gemeente risicobewust werken door op een gestructureerde wijze risico’s te inventariseren, te accepteren of te beheersen en te rapporteren. De nota Risicomanagement Land van Cuijk draagt hieraan bij door helderheid te verschaffen over de beleidsregels en verantwoordelijkheden om risicobewust te kunnen werken. Daarnaast wordt er in deze nota aandacht besteed aan de verplichte onderdelen in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’. 
De nota Risicomanagement is in het najaar 2023 vastgesteld. De beleidsregels uit deze nota zullen zoveel als mogelijk worden toegepast in de begroting 2025. De risico-inventarisatie inclusief score is echter nog niet afgerond. Voor inventarisatie van de risico’s in de begroting 2025 is gekozen voor een top twaalf risico’s op basis van een inventarisatie van meest voorkomende risico’s in gemeentelijke risicoparagrafen 2018-2021 door de VNG aangevuld met enkele lokale ‘hoofdpijndossiers’.

2. Beschikbare weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - 2. Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Onderscheid wordt gemaakt in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Dit is wenselijk, omdat je een risico met structurele gevolgen niet wilt dekken met incidentele middelen en anderzijds voor een incidenteel risico geen structurele maatregelen wilt nemen.
Conform de Nota Risicomanagement Land van Cuijk worden de volgende onderdelen tot de weerstandscapaciteit gerekend:
a.    Begrotingsruimte (structureel)
De meerjarenbegroting van de gemeente moet structureel en reëel in evenwicht zijn. Als de begroting en meerjarenraming sluit met een positief saldo, is er sprake van begrotingsruimte. Vanwege de ingreep van het kabinet in het gemeentefonds vanaf 2026 adviseert de VNG voor 2026 en 2027 een realistische begroting in beeld te brengen met waarschijnlijk duidelijke tekorten. De gemeente Land van Cuijk heeft dit advies opgevolgd, waardoor de meerjarige begrotingsruimte nihil is.

b.    Onbenutte belastingcapaciteit (structureel)
De onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte die nog aanwezig is tussen de huidige opbrengst en de maximaal toegestane belastingopbrengst. Hierbij kijkt de gemeente Land van Cuijk alleen naar de OZB. De onbenutte belastingcapaciteit bij de OZB is zo groot als het verschil tussen het gehanteerde tarief en het tarief om tot een artikel 12 gemeente gerekend te worden. Het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 voor het jaar 2025 is vastgesteld op 0,1595. Het gewogen gemiddelde percentage 2024 voor de gemeente Land van Cuijk bedraagt 0,1433. Derhalve bedraagt de ruimte 0,0162% van de totale waarde  woningen+ waarde niet-woningen gebruikers+ waarde niet-woningen eigenaren (totaal 19.084.655.000) is € 3.092.000.

c.    Onvoorzien structureel
Er is een vast jaarlijks bedrag opgenomen in de begroting voor structurele onvoorziene, onvermijdelijke en onuitstelbare uitgaven ter grootte van € 0.

d.    Onvoorzien incidenteel
Er is een vast jaarlijks bedrag opgenomen in de begroting voor incidentele onvoorziene, onvermijdelijke en onuitstelbare uitgaven ter grootte van € 299.000.

e.    Algemene reserve
De Algemene reserve is onderdeel van het eigen vermogen en is gevormd uit overschotten uit de exploitatie en is in principe vrij aanwendbaar. In de op 6 april 2023 vastgestelde Nota Reserves en voorzieningen Land van Cuijk wordt het doel van de algemene reserve als volgt omschreven: de reserve vormt een algemene buffer c.q. weerstandsvermogen. De Algemene reserve bedraagt per 1-1- 2025 € 88.838.000

f.    Stille reserves
Stille reserves zijn onderdeel van het eigen vermogen, welke niet in de balans tot uitdrukking komen. Het gaat hierbij om bezittingen die geen boekwaarde hebben maar wel een marktwaarde. Het Gemeentelijk ToezichtKader 2020 geeft kaders voor de toerekening van stille reserves voor de weerstandscapaciteit. Conform de Nota Risicomanagement Land van Cuijk worden alleen de (verpachte) landbouwgrond toegerekend tot de weerstandscapaciteit met een onderscheid tussen lang en korte verpachting. Deze gronden zijn duidelijk geregistreerd, goed verhandelbaar, zijn goed te waarderen en tasten het functioneren van de gemeente bij verkoop niet aan.
Op basis van cijfers van de ASR bedraagt de gemiddelde grondprijs van bouw- en grasland in onze regio op € 8,10 per m2 (1e kwartaal 2024). Voor lange verpachting wordt uitgegaan van waarde van 60% van deze grondprijs en voor korte verpachting een waarde van 70%. In 2024 bedroeg het areaal 1314 hectare lange verpachting en 376 hectare korte verpachting. De waarde van de stille reserve wordt hiermee bepaald op € 85.180.000.

Hiermee komt de structurele weerstandscapaciteit 2025 op € 3.092.000  en de incidentele weerstandscapaciteit 2025 op € 174.317.000 , in totaal op € 177.409.000.

3. Benodigde weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - 3. Benodigde weerstandscapaciteit

Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen, is naast de weerstandscapaciteit ook inzicht nodig in de omvang van de risico’s waarmee in de begroting geen rekening is gehouden en waarvoor geen verzekeringen zijn afgesloten. 
Zoals eerder is vermeld is de nota Risicomanagement Land van Cuijk  in het najaar 2023 vastgesteld. De risico-inventarisatie inclusief score is echter nog niet afgerond. Voor inventarisatie van de risico’s in de begroting is gekozen voor een top twaalf risico’s op basis van een inventarisatie van meest voorkomende risico’s in gemeentelijke risicoparagrafen 2018-2021 door de VNG aangevuld met enkele lokale ‘hoofdpijndossiers’.
 
1.    Grondbeleid en ruimtelijke ontwikkelingen
Achter het vaak genoemde risico van grondexploitatietekorten gaan meerdere maatschappelijke uitdagingen schuil. In de eerste plaats de krapte op de woningmarkt en de landelijke gestuurde bouwopgave. Ook zaken zoals de omgevingswet, de verduurzamingsopdracht en de stikstofproblematiek raken het gemeentelijk grondbeleid.
Grondbeleid – zoals vastgelegd in de nota Grondbeleid Land van Cuijk – is geen doel op zich maar een middel. Het is een middel om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van de volkshuisvesting, lokale economie, natuur en groen, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te realiseren.

De gemeente dient een passend financieel weerstandsvermogen op te bouwen voor de risico’s van grondexploitaties. Risico’s door het effect van vertraging van de opbrengsten, het effect van een lagere indexering van de opbrengsten, het effect van stijging van de rente.
Een mogelijke methode van risicoberekening is de hantering IFLO-norm van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Deze norm is een snelle en eenvoudige manier om het minimaal  noodzakelijke weerstandscapaciteit te bepalen. De norm bestaat uit 2 elementen:
a.    10% van de boekwaarden van de exploitaties;
b.    10% van de nog te maken kosten in deze exploitaties.

2.    De digitalisering en informatieveiligheid
De toenemende digitalisering biedt zowel kansen als bedreigingen. Kansen zijn dat een gemeente de dienstverlening en de taken efficiënter en gebruiksvriendelijker kan vervullen. De bedreigingen komen neer op het kunnen weerstaan van cybercriminaliteit, geen goede gegevensbescherming en/of langdurige uitval van systemen.
Een cybercrisis is iedere (opzettelijke) verstoring, uitval of misbruik van een gedigitaliseerd proces, (informatie-) systeem of informatiedienst die de maatschappelijke continuïteit, openbare orde en veiligheid bedreigt of verstoort.

Mogelijke (financiële) risico’s
•    Bij ransomware: wel of niet betalen van het losgeld (kan onder andere effect en effectduur beïnvloeden);
•    Inhuur: inschakelen forensische experts en digitale experts van buiten;
•    Vrijgeven systeem: duur van monitoring van het systeem na (mogelijke) infectie ten opzichte van het vrijgeven van het systeem;
•    Herstel systemen: kosten tot herstel getroffen systemen;
•    Uitschakeling (nog niet getroffen) systemen: uitschakelen van systemen en/of applicaties waardoor bepaalde bedrijfsprocessen stilvallen met als doel isolatie, maar met als gevolg onduidelijke keteneffecten;
•    Voortgang dienstverlening: dienstverlening valt stil vanuit getroffen en nog niet getroffen systemen. 
•    Datalek van privacygevoelige informatie.
Iedere gemeente behoort te voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Overheid (BIO). Dit is het minimumniveau van maatregelen dat dient te zijn geïmplementeerd. 
De onzekerheid op de mogelijke financiële impact van inbreuken op de integriteit, vertrouwelijkheid en beschikbaarheid van gegevens is in het algemeen, dus niet voor een specifiek geval, bijzonder groot. Daarom wordt dit risico voorlopig  opgenomen voor 10% van de ICT-kosten 2025 in het weerstandsvermogen.

3.    Energie- en andere transities
Gemeenten hebben een cruciale rol in de energietransitie. De energietransitie en de klimaatdoelen kennen meerdere stippen aan de horizon, zoals een halvering van de broeikasgassen (2030) of van het aardgas af (2050). Het rijk heeft voor deze transities geen expliciete taakstelling opgelegd, maar heeft gekozen voor een meerjarige programmatische aanpak met landsdekkende integrale regionale energie strategieën (RES). De besluitvorming over deze strategieën vindt plaats via het Omgevingsbeleid van rijk, provincies en gemeenten. 
De gemeente Land van Cuijk heeft binnen de RES Noordoost Brabant een opgave afgesproken om vóór 2030 een vastgestelde hoeveelheid duurzame elektriciteit opwek gerealiseerd te hebben. Daarnaast heeft de raad de ambitie om in 2045 een klimaatneutraal Land van Cuijk te zijn. Riskante innovaties, dure pilots en oplopende prijzen voor fossiele bronnen en investeringen in duurzaamheid zijn voorbeelden van gebeurtenissen waar deze transitie voorlopig nog mee te maken zal krijgen. Dit risico wordt voorlopig opgenomen voor 10% van de energietransitiekosten 2025 in het weerstandsvermogen.

4.    Gemeenschappelijke regelingen
Elke gemeente heeft te maken met gemeenschappelijke regelingen. De invloed die een gemeente erop kan uitoefenen verschilt per partij, terwijl gemiddeld ruim 20% van de begroting bestemd is voor gemeenschappelijke regelingen. 
Cao en prijsontwikkelingen werken over het algemeen door in de bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. 
Conform artikel 15 BBV dient in de paragraaf verbonden partijen de eventuele risico’s van de verbonden partij voor de financiële positie van de gemeente opgenomen te worden. In dit artikel wordt ook een relatie gelegd met artikel 11 BBV (Weerstandsvermogen).
Op basis van de Kadernota’s 2025 bedragen de kosten GR in de gemeente Land van Cuijk in 2025 € 16.695.000.

5.    Het sociaal domein
Het sociaal domein omvat het geheel aan ondersteunende sociale voorzieningen voor de lokale samenleving. De gemeente voert uit wat in onder meer de Jeugdwet (JW), de  Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en de Participatiewet (PW) wordt voorgeschreven. Voor het sociaal domein gelden binnen deze beleidskaders onzekerheden aan zowel de uitgaven- als de inkomstenkant. Het betreffen open eind regelingen waarbij de uitgaven niet altijd beheersbaar zijn. Naast risico in de ontwikkeling van het aantal zorgvoorzieningen geldt ook hier het inflatie-risico. Binnen de Participatie geldt daarnaast dat de uitgaven conjunctuurgevoelig zijn. Tenslotte geldt dat de middelen die het Rijk beschikbaar stelt aan de gemeenten voor deze taken ter discussie staan en dat zorgt voor onzekerheden aan de inkomstenkant. Als risico houden we rekening met een financieel risico van 2% op prijs en 2% op volume aan van de geraamde kosten 2025.

6.    Grote (infrastructurele) projecten
Een project betekent per definitie risico-gestuurd werken, gefaseerd, met tussentijdse mijlpalen en een duidelijk eindresultaat. De meeste grote projecten zijn complex qua uiteenlopende belangen, tijdsduur en technologische zekerheid. De huidige cumulatie van ontwikkelingen maakt dat de gemeente bij met name de uitvoering van projecten te maken heeft met schaarste aan personeel, schaarste aan materialen, schaarste aan energiebronnen en -dragers en beperkingen als gevolg van de milieu- en stikstofproblematiek. Hierdoor kunnen projecten veel duurder worden en kan de uitvoering vertraging oplopen. 
In de kwantificering van dit risico is rekening gehouden met een extra stijging van 1% over de toename vaste activa in 2025.

7.    Rentestijging
De gemeente trekt langlopende leningen aan om in de eigen financieringsbehoefte te voorzien. De jaarlijkse kosten van de financieringsbehoefte (rentelasten) worden bepaald door de omvang van de bestaande leningenportefeuille, de financieringsbehoefte als gevolg van voorgenomen investeringen en de van toepassing zijnde rentetarieven.
De ECB is medio 2024 begonnen met het verlagen van de leenkosten. De centrale bank heeft vanaf midden 2022 in een recordtempo de rente verhoogd om de hoge inflatie te bestrijden. Inmiddels is de inflatie alweer een stuk gezakt, waardoor de rentetarieven weer omlaag kunnen. De laatste tijd lijken de economische vooruitzichten te verslechteren, waardoor de verwachting is dat in 2025 de rente verder zal worden verlaagd. Onzekerheden (zoals oorlogsdreigingen, verkiezingsuitslagen, handelsoorlogen) kunnen het rentebeleid beïnvloeden.

8.    Gemeentefonds
De algemene uitkering uit het gemeentefonds kende de afgelopen jaren veel fluctuaties. De verschillende crisis situaties hebben effect gehad op de rijksuitgaven. De “trap op-trap af” systematiek in de algemene uitkering werkt deze fluctuaties in de hand, terwijl gemeenten behoefte hadden aan stabiliteit. De discussie rondom de herverdeling heeft ook onrust veroorzaakt. Dit heeft geleid tot het inbouwen van meer stabiliteit in de algemene uitkering van de komende jaren. De “trap op-trap af” systematiek is losgelaten en gemeenten hebben meer duidelijkheid over herverdelingseffecten.
De belangrijkste wijzigingen in de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk  zijn het vervroegen van de nieuwe financieringssystematiek van 2027 naar 2024 en het schrappen van de opschalingskorting vanaf 2026. Het kabinet vraagt hiervoor wel een prijs. In 2025 wordt het gemeentefonds eenmalig € 675 miljoen lager vastgesteld. Vanaf 2026 stijgt het structureel met € 750 miljoen oplopend tot ongeveer € 1 miljard in 2029. Door negatieve compensatie van de oude accrestranches en lagere compensaties blijft het resterende financieel ravijn vanaf 2026 structureel € 2,5 miljard.

9.    Arbeidsmarkt/Organisatie
Eén van de belangrijkste uitdagingen binnen de gemeente Land van Cuijk is het vasthouden van de balans tussen de ambities van het bestuur, de financiële middelen en de capaciteit in de organisatie (zowel kwalitatief als kwantitatief). De arbeidsmarkt is zeer krap, nieuw personeel werven blijft de komende periode moeilijk. Deze krapte zal waarschijnlijk voorlopig aanhouden. Dat noopt ons anders te kijken naar de arbeidsmarkt en het werven van nieuwe medewerkers. Deze ontwikkelingen brengen het risico met zich mee dat de voorgenomen ambities niet of niet met hetzelfde tempo kunnen worden gerealiseerd. Inhuur van personeel kost aanzienlijk meer dan eigen personeel. Dit risico wordt ingeschat op 10% van de salariskosten personeel 2025.

10.    Schadestaatsprocedure faillissement scheepswerf
Deze latente schadeclaim kan (potentieel) een groot financieel risico voor de gemeente opleveren. Hoe groot dit risico is, is helaas onduidelijk. De advocaat van de curator die het faillissement van de scheepswerf (de scheepswerf is al in 2011 failliet gegaan) heeft al meermaals aangekondigd een zg. schadestaatprocedure te starten. De gemeente moet hiertoe worden gedagvaard. Eerder is namelijk door de Hoge Raad geoordeeld dat de voormalige gemeente Grave aansprakelijk is voor het faillissement van de scheepswerf. In een aparte dagvaardingsprocedure (de schadestaatprocedure dus) moet vervolgens worden vastgesteld hoe veel de schade vervolgens bedraagt. Tot op de dag van vandaag is ons niet bekend welk bedrag gevorderd kán en zál worden. Er gaan verschillende bedragen over tafel, variërend van 1 miljoen tot 10 miljoen Euro. Een claim zal terdege onderbouwd moeten worden, wat een lastige exercitie schijnt te zijn.
Via onze aansprakelijkheidsverzekeraar (CB) is een advocaat van AKD op deze zaak gezet.
Daarnaast geldt dat de locatie van de voormalige scheepswerf vanuit ruimtelijk oogpunt een ‘doorn in het oog’ is en voor de kern Grave (weer vanuit ruimtelijk oogpunt) een ideale locatie zou zijn om een woningbouwontwikkeling tot stand te brengen. We zijn met de burgemeester en portefeuillehouder wonen in gesprek om de juiste strategie te bepalen en beide dossiers op elkaar af te stemmen. Vooralsnog lijkt deze strategie erop neer te komen om een afwachtende houding aan te nemen en geen actief contact te zoeken met de voormalige eigenaar van de scheepswerf. Dat betekent ook dat woningbouw ter plaatse voorlopig niet realistisch lijkt. 
Het feit dat we een (top)advocaat op de zaak hebben zitten en het feit dat we politiek-bestuurlijk telkens de strategie in dit dossier bepalen en bijstellen, kunnen als maatregelen worden beschouwd om de risico’s zo veel als mogelijk te beheersen.
De risico’s in dit dossier zijn liggen met name op de volgende categorieën:
-    Politiek/bestuurlijk imago
-    Financieel/economisch
-    Geografisch ruimtelijk. 

11.    Garantstellingen
De gemeente heeft zich in het verleden garant gesteld voor een aantal geldleningen. De meeste garantstellingen zijn overgedragen aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en het Waarborgfonds Eigen Woningen. Bij problemen worden deze fondsen als eerste aangesproken. Onze gemeentelijke verantwoordelijkheid betreft de zogenaamde achtervang. Hierbij is het risico aanzienlijk gereduceerd. Op dit moment bedraagt het saldo van de gegarandeerde leningen circa € 260 miljoen (stand 31-12-2023). Hiervan is het overgrote gedeelte overgegaan naar de waarborgfondsen. De overige verstrekte geldleningen bedragen € 1,7 mln.

12.    Klimaatrisico’s
Bij natuurrampen en/of extreem weer kunnen in de openbare ruimte grote schades ontstaan door wateroverlast, storm, droogte en brand die niet door de verzekering worden gedekt. Waar we de laatste jaren daarnaast steeds meer mee te maken krijgen is aantasting door of bestrijding van onze beplanting tegen overlast of schade door insecten en ziekte.
Bovenstaande risico’s leiden tot een totaal financieel risico van € 28.644.000 . Uitgaande van een zekerheidspercentage van 90% leidt dit tot een benodigde weerstandscapaciteit van € 25.780.000 .

4. Ratio weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - 4. Ratio weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een verhoudingsgetal, de weerstandsratio. Deze ratio wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. 
Ratio Land van Cuijk begroting 2025:  € 177.409.000/ € 25.780.000 = 6,88

Onderstaande waarderingstabel is opgenomen in de Nota Risicomanagement Land van Cuijk:

Waarderingscijfer

Ratio weerstandsvermogen

Betekenis

A

>2

Uitstekend

B

1,4 < x < 2

Ruim voldoende

C

1,0 < x < 1,4

Voldoende

D

0,8 < x < 1,0

Matig

E

0,6 < x < 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

Als beleidsregel is in de Nota Risicomanagement opgenomen: de ratio van het weerstandsvermogen dient minimaal uit te komen op het waarderingscijfer B (ruim voldoende) volgens de waarderingstabel. Indien de ratio lager uitvalt dan B, wordt er een plan aan de raad voorgelegd om de beschikbare weerstandscapaciteit te vergroten en/of de benodigde weerstandscapaciteit te verlagen.

Conclusie:
De weerstandsratio van de gemeente Land van Cuijk 2025 is uitstekend. Ten opzichte van de begroting 2024 is de ratio met bijna 3 punten verbeterd. Dit wordt veroorzaakt door enerzijds door verbetering van de beschikbare weerstandscapaciteit (toename algemene reserve en toename waarde landbouwgrond) en verlaging benodigde weerstandscapaciteit ( met name afname risico rentestijging en risicobepaling grote projecten).

5. Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - 5. Financiële kengetallen

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt dat gemeenten een basis-set van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en jaarrekening. Het betreft de volgende kengetallen:
•    Netto schuldquote en deze gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen.
•    Solvabiliteitsratio.
•    Grondexploitatie.
•    Structurele exploitatieruimte.
•    Belastingcapaciteit.
Doel van deze kengetallen is om u op eenvoudige wijze inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente.

Begroting 2025            
Kengetallen Rekening 2023 Begroting 2024 (P) Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028
Netto schuldquote 0,37 0,83 1,22 1,46 1,60 1,65
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 0,32 0,79 1,17 1,41 1,55 1,60
Solvabiliteitsratio 0,45 0,30 0,25 0,21 0,18 0,15
Structurele exploitatieruimte 0,05 0,01 0,00 -0,06 -0,07 -0,07
Grondexploitatie 0,07 0,11 0,08 0,06 0,03 0,02
Belastingcapaciteit 0,86 0,93 0,93      

Netto schuldquote
Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een normale netto schuldenlast ligt tussen de 0% en 100%. Matig is tot 130% en daarna is dit slechter. 

Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Dit cijfer ligt doorgaans rond de 30% bij gemeenten. 

Grondexploitatie
De afgelopen jaren is gebleken dat de grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Hoe lager dit percentage, hoe beter.

Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerende zaakbelasting (OZB). Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Hoe hoger dit percentage, hoe beter. In onderstaande grafiek wordt dit kengetal weergegeven als de mate waarin structurele lasten worden gedekt door structurele baten.

Belastingcapaciteit
Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De belastingdruk binnen de gemeente Land van Cuijk ligt enigszins onder het landelijke gemiddelde.

Positie gemeente Land van Cuijk
In de nota Risicomanagement Land van Cuijk is een methode vastgesteld om de kengetallen in samenhang te beoordelen. Op deze wijze kan een totaal oordeel worden gegeven over de financiële positie van de gemeente Land van Cuijk in vergelijking met voorgaande jaren. Ook kan de financiële positie worden vergeleken met andere gemeenten.

Kengetal

Begroting 2025

Score

Toelichting

Netto gecorrigeerde schuldquote

117%

20

Ten opzichte van de jaarrekening 2023 en de begroting 2024 neemt dit kengetal fors toe en groeit in de komende jaren verder door naar een risicovol niveau. De toename wordt veroorzaakt door de groei van de vaste en vlottende schulden als gevolg van het investeringsniveau.

Solvabiliteitsratio

25%

27

Ten opzichte van de jaarrekening 2023 en de begroting 2024 neemt dit kengetal af en daalt de komende jaren verder door naar een risicovol niveau. De daling wordt veroorzaakt door enerzijds een afname van het eigen vermogen (inzet reserves) en anderzijds een toename van het balanstotaal (met name de schuldpositie).

Grondexploitatie

8%

15

Ten opzichte van de begroting 2024 daalt dit kengetal en deze trend zet zich komende jaren voort als gevolg van de dalende waarde gronden in exploitatie. Het niveau “minst risicovol” wordt hierdoor versterkt.

Structurele exploitatieruimte

0%

6

Ten opzichte van de jaarrekening 2023 en de begroting 2024 neemt dit kengetal licht af en verschuift de komende jaren naar een meest risicovol niveau. Oorzaak is de forse terugval in financiële middelen vanaf 2026.

Belastingcapaciteit

93%

5

Dit kengetal blijft ten opzichte van de begroting 2024 en heeft als score “minst risicovol”.

Totaalcijfer

 

73

 

Conclusie:
In de Nota Risicomanagement Land van Cuijk is de streefwaarde van het totaalcijfer van de kengetallen bepaald op 78 punten en is minimaal 60 punten. Komt het puntentotaal onder de 70, dan wordt dit toegelicht en aangegeven hoe en wanneer het weer uitkomt op minimaal 70 punten.
De begroting 2025 van de gemeente Land van Cuijk laat een dalende trend zien waardoor het totaalcijfer van de kengetallen met 73 punten beneden de streefwaarde van 78 punten is gekomen. Zonder verdere maatregelen zal het totaalcijfer de komende jaren zelfs onder de minimale waarde van 60 punten komen.