Algemeen
De materiële activa zijn gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschafkosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend, inclusief de direct toe te rekenen salariskosten. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen: een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.
Conform artikel 15, lid 5 van de financiële verordening land van Cuijk 2023 wordt materiële activa kleiner dan € 25.000 niet geactiveerd, maar direct verantwoord als lasten in het boekjaar.
Het startmoment van de afschrijvingen is vastgelegd in de door de raad op 18 december 2023 vastgestelde financiële verordening. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven.
De volgende maximale afschrijvingstermijnen, zoals ook vastgelegd in de financiële verordening welke door de gemeenteraad is vastgesteld op 18 december 2023, zijn van toepassing:
|
maximaal |
Immateriële vaste activa |
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen exploitatie |
Exploitatie |
Saldo van agio en disagio |
Exploitatie |
Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief |
5 |
Automatisering (software) |
10 |
Overige immateriële vaste activa |
5 |
|
|
Materiële vaste activa |
Investeringen met een economisch nut: |
|
Gebouwen (nieuwbouw/permanent) |
40 |
Nieuwbouw tijdelijke woonruimten en tijdelijke bedrijfsgebouwen en voorzieningen |
10 |
Renovatie, restauratie en aankoop van woon- en kantoorruimten, school- en bedrijfsgebouwen |
25 |
Technische installaties in en op bedrijfsgebouwen |
15 |
Automatisering (hardware) |
5 |
Inrichting en inventaris van gebouwen |
10 |
|
|
Vervoermiddelen |
Auto's, tractoren, vrachtwagens, aanhangers en levensduur verlengende toebehoren vervoermiddelen |
10 |
|
|
Machines, apparaten en installaties |
Ondersteunend materieel buitenruimte |
10 |
Overige apparaten en installaties |
20 |
|
|
Investeringen met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven |
Riolering betonbuizenstelsel |
70 |
Renovatie / conventionele vervanging riolering |
70 |
(Bouwkundig): Gemalen, drukriolering, berg- en bezinkbassins, randvoorzieningen en persleidingen |
45 |
(Mechanisch): Gemalen, drukriolering, (berg-) bezinkbassins, randvoorzieningen |
15 |
|
|
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut |
Aanleg wegen en fietspaden, aanplant bomen en bossen, inclusief herplantplicht bomen |
40 |
Aanleg pleinen, rotondes, tunnels, viaducten, bruggen en kunstwerken |
40 |
Asfaltverhardingen wegen, fietspaden, voetpaden, grasbetonstenen |
15 |
Verkeersregelinstallaties |
15 |
Parkeervoorzieningen |
25 |
Straatmeubilair, bewegwijzering, ondergrondse glascontainers |
15 |
Speelvoorzieningen |
18 |
(Openbare) verlichting: armaturen |
25 |
(Openbare) verlichting: lichtmasten |
50 |
Parken en groenvoorzieningen incl. renovatie |
40 |
Sportvelden en banen |
20 |
Renovatie sportvelden |
15 |
Kunstgras: Zandonderlaag |
40 |
Kunstgras: sporttechnische laag |
20 |
Kunstgras: Toplaag |
10 |
Kunstgras: hekwerk, verlichting, inrichting, beregening |
20 |
Sportaccommodaties (gebouwen) |
40 |
Overige materiële vaste activa met een maatschappelijk nut |
40 |
Investeringen met economisch nut
Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden zijn op de desbetreffende investering in mindering gebracht. Bij de waardering is, waar nodig, rekening gehouden met een (verwachte) duurzame waardevermindering.
Gronden die zijn verworven met het oog op concrete ontwikkeling door de gemeente, maar waarvoor nog geen operationele grondexploitatie is vastgesteld, mogen, voor wat betreft de toepassing van artikel 65, lid 1 BBV, worden gewaardeerd tegen de waarde volgens de toekomstige bestemming, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- De gronden moeten deel uitmaken van een door de gemeenteraad vastgestelde visie of masterplan voor (een) concrete en binnen afzienbare tijd te starten grondexploitatie(s), waarin de gebiedsontwikkeling van totaalplan naar deelgrondexploitaties is vastgelegd.
- De gebiedsontwikkeling mag niet zodanig conflicteren met de uitkomst van de inventarisatie van bedreigingen dat die de ontwikkeling in de weg kunnen staan, bijvoorbeeld op het gebied van milieu of bereikbaarheid.
- De visie/het masterplan mag niet strijdig zijn met beleid van de provincie en/of het Rijk.
- Er is een betrokkenheid bij de gebiedsontwikkeling van provincie of rijksoverheid.
- Het mag alleen gaan om gebiedsontwikkeling voor de bouw van woningen en niet om gebiedsontwikkeling voor bedrijfsterreinen.
- Periodiek (minimaal eens in de twee jaar) worden de gronden getaxeerd tegen de waarde volgens de toekomstige woningbouwbestemming, met inachtneming van de inherente onzekerheden van de ontwikkelmogelijkheden.
Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
Wanneer investeringen grotendeels worden gedaan in het kader van riolering, het inzamelen van huishoudelijk afval of andere heffingen alsook voor rechten die op grond van artikel 229, lid 1 a en b Gemeentewet worden geheven, dan worden deze investeringen op de balans opgenomen in een aparte categorie: de investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven.
Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut
Investeringen met een maatschappelijk nut worden, evenals investeringen met een economisch nut, geactiveerd en over de verwachte toekomstige gebruiksduur afgeschreven. Deze verplichting geldt met ingang van het begrotingsjaar 2017. Dit houdt in dat alle investeringen die vanaf het begrotingsjaar 2017 zijn gedaan volgens de nieuwe methode moeten worden geactiveerd.
Door het invoeren van de nieuwe systematiek blijven er verschillen bestaan in de wijze waarop mag worden afgeschreven op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die vóór het begrotingsjaar 2017 zijn gedaan. Om inzicht te geven in het deel van de activa dat wel vergelijkbaar is qua systematiek, is in het verloopoverzicht in de toelichting op de balans aangegeven welk bedrag volgens de nieuwe systematiek is verantwoord en welk deel volgens een andere systematiek.